Begrotingsdebat 2018 - Tussenkomst

Door Peter Persyn op 21 december 2017

Collega's, ik begin met enkele cijfers. In 2018 beschikt Welzijn en Gezondheid over ruim 420 miljoen euro meer dan in 2017. In 2017 hadden we 450 miljoen euro meer dan in 2016. Op twee jaar tijd komt er bijna 900 miljoen euro bij. Als we de inflatie daarvan aftrekken, zitten we met een ruime groeimarge in het domein Welzijn en Gezondheid. Ik wil dat toch even meegeven.

Binnen de ouderenzorg gaat de minister fors extra investeren, het cijfer is nog niet gevallen, het is 69 miljoen euro in totaal. Mevrouw Van den Brandt, ook in de thuiszorg wordt geïnvesteerd; de gezinszorg krijgt 17 miljoen euro extra, bovenop het bestaande budget. We vinden het belangrijk, net zoals u, om mensen thuis in goede omstandigheden te kunnen handhaven.

Ook voor de jongsten in de maatschappij is in extra budget voorzien, u minimaliseert het maar volgend jaar komt er ook 12 miljoen euro bij. Het groeipad in de kinderopvang wordt gerealiseerd.

In de sector van de personen met een beperking stijgen de kredieten met 72 miljoen euro; er was in 70 miljoen euro voorzien, dat wordt 72 miljoen euro. Daarvan gaat 50 miljoen euro naar trap 2, de persoonsvolgende benadering. In totaal handhaven we het groeipad van 330 miljoen euro. Dat is ongezien. In de vorige regeerperiode hadden we een budget van 147 miljoen euro, dat is nu dus het dubbele, en dat gaat naar de mensen die dat het meest nodig hebben. Ik zou de cijfers toch in hun perspectief willen zetten.

Onze fractie is net zoals alle andere fracties hier voorstander van de persoonsvolgende benadering. Wij willen ook de komende jaren maximaal inzetten op die persoonsvolgende budgetten voor personen met een beperking. Ook na deze regeerperiode, na 2019, is dat een borg, een wissel voor een betere benadering en om de lange historische wachtlijsten eindelijk te resorberen.

Er zijn nog knelpunten, in de commissie wordt er wekelijks over gediscussieerd. Dat is een ‘work in progress’. De communicatie naar de ouders, naar de mensen, blijft een aandachtspunt. Er is terecht aangegeven dat we daar het best een gedachtewisseling kunnen over organiseren. Bovendien wordt van andere werkpunten zoals de zeven-op-zeven-garantie daadwerkelijk werk gemaakt. Ouders die kinderen nu in het weekend of tijdens vakantieperiodes bijhouden, en daar in de toekomst misschien niet meer toe in staat zijn, kunnen rekenen op een opvang en ondersteuning in budgetvorm die volledig en zeven op zeven opvang biedt.

We hebben ook vernomen dat er concrete stappen worden gezet in het autismeplan in 2018. Dat was nodig, dringend nodig. De ouders en de kinderen wachten al jaren op een goede ondersteuning. Er wordt nu ook werk van gemaakt.

Ik heb bewust niets gezegd over het thema jongerenwelzijn, omdat collega Parys daar verder zal op ingaan.

Een andere grote werf die mij persoonlijk wel enorm aanbelangt, is de verdere uitbouw van de Vlaamse sociale bescherming. Minister, u hebt de eerste fase bijna voltooid: de inkanteling van het basisondersteuningsbudget, de tegemoetkoming hulp aan bejaarden. U hebt werk gemaakt van het opheffen van de sanctie voor mensen die in het verleden niet in orde waren met hun betaling. Voor ons blijft belangrijk: meer efficiëntie, een gelijk speelveld, gedeelde ICT-infrastructuur, geen extra uitgaven. U wilt in de toekomst de volledige residentiële ouderenzorg inkantelen.

We komen dus terug bij dat grote onderwerp dat collega Depoortere ook al heeft aangehaald. Gisteren hadden we nog discussie over de kwaliteitsindicatoren. Het is niet allemaal kommer en kwel, niet in de residentiële zorg, ook niet thuis, maar er zijn wel een aantal belangrijke aandachtspunten. Wij willen verder inzetten op de persoonsvolgende financiering, ook voor mensen thuis, zodat mensen op basis van een correcte inschaling recht krijgen op een zorgbudget dat hun noden zowel thuis als in een residentiële setting kan lenigen.

Een andere belangrijke werf die voorligt en die mij ook bijzonder interesseert als ex-huisarts, is de hervorming van de eerste lijn. Er is al vijftien jaar sprake van. Volgend jaar worden er heel belangrijke knopen doorgehakt. Wat voorligt, is de afbakening van de eerstelijnszorg en de hogere regionale zorgzones. Idealiter zouden we dus eindigen met een zestigtal eerstelijnszones. Internationaal wordt aanvaard dat tussen de 75.000 en 125.000 inwoners een optimaal draagvlak is. En dan komen er een veertiental grotere regionale zorgzones. Het stemt eigenlijk overheen met wat nu al gekend is in de verdeling van de locoregionale gezondheidsoverleggen en -organisaties (logo’s) en de centrumsteden in Vlaanderen. Het zwaartepunt zal meer komen te liggen op praktijkondersteuning en de intersectorale samenwerking tussen alle zorgverleners, ook met de lokale besturen. We knopen aan bij de hervorming van Binnenlands Bestuur en het hele luik van lokaal sociaal beleid. Voor de meerderheid, en ook voor onze fractie, is de implicatie van het lokaal sociaal beleid, ook het respect voor hun wensen en verantwoordelijkheden, heel belangrijk. Ze gaan een belangrijke rol opnemen in de invulling van het lokaal sociaal beleid, maar ook van het lokaal gezondheidsbeleid.

Het behoeft geen betoog dat voor de meerderheid en voor mijn fractie het vrijwilligerswerk en de wezenlijke bijdrage van de mantelzorgers heel belangrijk blijft. Minister, u maakt ook verder werk van uw mantelzorgplan. We hopen ook dat er extra aandacht zal zijn – er worden al conferenties en symposia aangekondigd – voor het geactualiseerde dementieplan. Bijzondere aandacht gaat voor mijn fractie en de meerderheid naar jongdementie, een zwaar onderkend probleem, ook in Vlaanderen. Hopelijk kunnen we hierover binnenkort kamerbreed een resolutie goedkeuren.

Ik vervang mevrouw van der Vloet, die door ziekte is verontschuldigd, en ook collega Lies Jans, die mij vroeg ook iets te zeggen over de kinderbijslag en de kinderopvang. Inzake kinderbijslag wordt het groeipakket nauwgezet opgevolgd hier en in de commissie. Het overleg met FAMIFED loopt. Er zijn enorm veel veranderingen op til. Het moet op 1 januari 2019 al operationeel zijn. We zitten op spoor, maar het is geen sinecure. Het is alle hens aan dek. Belangrijk is dat deze regering voor de toekomst drie keer meer inzet op de sociale correcties. Opnieuw, collega's, dat is nooit gezien. Er wordt drie keer meer ingezet voor de kansengroepen, voor personen met een verhoogde tegemoetkoming. We gaan ook, net zoals in de sociale bescherming, maximaal inzetten op de automatische rechtentoekenning zodat er een minimale non-uptake is. Daarvoor dient informatica, daarvoor dient digitalisering, om het allemaal te vergemakkelijken.

Ik heb al gesproken over het groeipad van de kinderopvang. Het is niet allemaal kommer en kwel, collega Van den Brandt. Er is nog veel werk. Er is nog een grote gap toe te rijden, maar we zetten selectief in daar waar de noden het grootst zijn. De administratieve lasten worden verlaagd. Er zijn een aantal proefprojecten opgestart in de inkomensgerelateerde kinderopvang.

In het bijzonder is er hier opnieuw speciale aandacht voor kinderen met een verhoogde zorgnood. In de komende periode en hopelijk ook in de volgende jaren gaan we extra inzetten daar waar die noden het grootst zijn.

Minister, ik wil eindigen met een woord van waardering voor u en uw administratie, maar ook voor uw Vlaamse collega’s in de regering, die samen werk maken van een ongeziene groei in ons domein van Welzijn en Volksgezondheid. In 2014 is er op één jaar tijd een budgetstijging van 150 procent geweest. Tal van nieuwe bevoegdheden zijn overgekomen van het federale niveau. Ik juich dat toe, en wij allemaal, denk ik. Dat is niet mogelijk geweest zonder een collegiale samenwerking op regeringsniveau en samenwerking met het veld, in het bijzonder ook met de zorgactoren, de ouders, de mantelzorgers en uiteindelijk ook de zorgbehoevenden. Toch wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om erop te wijzen dat de hervormingen moeten worden voortgezet. Wekelijks, dagelijks bijna zien we dat er conflicten zijn inzake bevoegdheden, dat er door de blijvende versnippering van bevoegdheden nood is aan meer afstemming. We hebben dat gezien bij de psychiatrische jeugdhulp. We zien dat in de preventie. We zien dat zelfs in de ouderenzorg. Mijn pleidooi is om, los van de communautaire hoogspanning, toch een sereen debat aan te gaan om naar meer homogene bevoegdheden te gaan. Dat is twintig jaar geleden in dit parlement al goedgekeurd, dus zonder dat we een nieuwe ronde communautair armworstelen moeten gaan doen, pleit ik ervoor om die uitdaging aan te gaan.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is