Minder dagen in het ziekenhuis, meer zorgen thuis

Door Peter Persyn op 12 december 2017

Midden oktober lazen we verschillende positieve berichten over de proefprojecten van federaal minister Maggie De Block omtrent bevallen met een verkort ziekenhuisverblijf. Aanvankelijk was de grootste bekommernis de nazorg maar uit de proefprojecten bleek dat de meeste patiënten de nazorg als comfortabel, veilig en kwaliteitsvol beschouwden. Ik stelde aan minister Vandeurzen enkele vragen omtrent deze zorg, de kraamzorg. We zien namelijk dat het aantal aanvragen kraamzorg op 2 jaar tijd met meer dan 30% is gestegen. Hoe zal de minister deze stijging opvangen? Een uitgebreid relaas vindt u hieronder:

Vermaatschappelijking van de zorg en verkorting van het ziekenhuisverblijf

In heel deze problematiek zijn er twee trends die van cruciaal belang zijn voor het verdere verloop van het verhaal. De verkorting van het ziekenhuisverblijf is een trend die we in heel de wereld vaststellen. Vandaag verblijven vrouwen in België gemiddeld 4 nachten in het ziekenhuis na een bevalling. Redelijk lang als we naar het Europese gemiddelde kijken van 3 dagen of zelfs naar het Verenigd Koninkrijk waar vrouwen na 1,5 dag gemiddeld naar huis gaan.

Een tweede trend is de vermaatschappelijking van de zorg. Steeds meer zorgen worden thuis aan het bed toegediend in plaats van in ziekenhuizen. Dat zien we onder andere in het aantal dossiers kraamzorg in Vlaanderen dat op twee jaar tijd met 30% is gestegen. Waarbij pas bevallen vrouwen thuis een beroep kunnen doen op de professionele zorgen en ondersteuning van o.a. een vroedvrouw.

Proefprojecten ‘Bevallen met verkort ziekenhuisverblijf’

Om mee te springen op deze twee trends lanceerde minister De Block in juli 2015 een projectoproep rond ‘bevallen met verkort ziekenhuisverblijf’. Let op het gaat hier om vrouwen met een ongecompliceerde bevalling. Het opzet is eenvoudig, minder dagen in het ziekenhuis en meer zorg in eigen huis.  In ruil voor een korter verblijf in de kraamkliniek krijgen moeder thuis extra (zorg)ondersteuning. Het is namelijk perfect mogelijk om vrouwen vroeger naar huis te sturen indien ze kunnen terugvallen op een goed uitgebouwde thuiszorg.

De eerste tussentijdse resultaten zijn zeer positief. Maar liefst 80% van de patiënten reageert positief. Vooral het persoonlijkere contacten met de verzorgenden (gezinsondersteuning, thuisverpleegkundige, vroedvrouw…) blijkt hierin een belangrijke rol te spelen.

Er zijn nog enkele kinderziektes

Uit een mondelinge vraag aan minister Vandeurzen blijkt dat er nog enkele kinderziektes zijn gemoeid met deze projecten. Zo blijkt het correct informeren van zwangere ouders over het doel en de aanpak van de proeftuinen niet altijd evident. Daarnaast moeten we verder vermijden om ouders te confronteren met tegenstrijdige adviezen en dienen we verder na te denken over de herverdeling van de taken en rollen tussen de verschillende zorgactoren. Een derde werkpunt is het organiseren van gezamenlijke navormingen. Het grootste werkpunt blijkt echter het digitaal delen van de gegevens zodat hulpverleners goed geïnformeerd zijn. Dit is momenteel een prioritair werk.

In de zijbalk vind je onze resolutie betreffende de organisatie van de postnatale zorg in Vlaanderen die we in juli 2016 goedkeurde in het Vlaams Parlement.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is