Brusselse zorgverzekering baart N-VA zorgen

Door Peter Persyn op 6 juni 2018

Als Brussel een eigen sociale bescherming uitbouwt, dreigt er geen toekomst meer te zijn voor het Vlaamse zorgaanbod in de hoofdstad, vreest de N-VA.

De Vlaamse Gemeenschap heeft de Vlaamse zorgverzekering uitgebouwd tot een echte Vlaamse sociale bescherming, die de aanzet voor een Vlaamse sociale zekerheid moet vormen. Het gaat om tegemoetkomingen voor langdurige zorg, voor hulpmiddelen en revalidatie voor mensen met een handicap of een chronische ziekte en hulpbehoevende ouderen. Onder meer het basisondersteuningsbudget (BOB) en de tegemoetkoming hulp aan bejaarden (THAB) werden in het leven geroepen.

Alle Vlamingen zijn vanaf 25 jaar verplicht zich aan te sluiten bij die Vlaamse sociale bescherming, maar voor de Vlamingen in Brussel is het een keuze. Ze kunnen zich vrijwillig aansluiten. Ruim 42.000 Brusselse Vlamingen zijn aangesloten bij de Vlaamse sociale bescherming. De zesde staatshervorming - die uit 2011 dateert - verplicht Brussel een eigen Brusselse sociale bescherming uit te bouwen, waar Brusselaars zich verplicht bij moeten aansluiten. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) in Brussel, de instelling waarin over materies beslist wordt die de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschap samen aanbelangen, kreeg daar ook de nodige financiële middelen voor.

'Daardoor dreigt de Vlaamse sociale bescherming in Brussel te verdwijnen. Welke Brusselaar zal zich nog bij de Vlaamse sociale bescherming aansluiten, als hij verplicht wordt zich bij een Brusselse zorgverzekering aan te sluiten?', stellen Karl Vanlouwe en Peter Persyn, die voor de N-VA in het Vlaams Parlement zetelen.

'Wie in Brussel woont en zorgbehoevend is, heeft recht op dezelfde Vlaamse sociale bescherming als een Vlaming die in Vlaanderen woont', vinden de Vlaams-nationalisten. 'Daarom pleiten we ervoor dat de Brusselaars verplicht worden zich bij een sociale bescherming aan te sluiten, maar dat ze de keuze krijgen bij welk sociaal systeem ze aansluiten: het stelsel van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vlaamse sociale bescherming of eventueel het sociaal stelsel van de Franse Gemeenschapscommissie.'

Volgens Vanlouwe en Persyn moeten ook financiële afspraken worden gemaakt. 'Het is essentieel dat de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschapscommissie een financiële compensatie krijgen uit de pot die de GGC gekregen heeft voor elke Brusselaar die zich aansluit bij het stelsel van de Vlaamse of de Franse Gemeenschap', klinkt het.

Ze benadrukken nog dat er in Brussel ook werk moet worden gemaakt van een Nederlandstalig zorgaanbod op maat, met een uitgebouwd netwerk van thuiszorg, rusthuizen, psychiatrische verzorging en centra voor kortverblijf. Dat is een wettelijke verplichting, maar in de praktijk is daar weinig van in huis gekomen.

Om daar verandering in te brengen stellen Vanlouwe en Persyn voor dat de Brusselse Vlamingen die aangesloten zijn bij de Vlaamse sociale bescherming met hun tegemoetkomingen enkel een beroep zouden kunnen doen op Brusselse zorginstellingen waar een Nederlandstalige dienstverlening is gegarandeerd.

'Hopelijk kunnen de Vlaamse zorgbudgetten zo eindelijk een ommekeer in het Brusselse zorgaanbod verwezenlijken', luidt het.

 

 

Bron: De Tijd

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is